Sport

Algemeen

In Nederland kan iedereen op amateurniveau vele vormen van sport beoefenen. De sportsector is zeer divers. We kunnen binnen sporten of buiten, individueel of in groepsverband. De voorkeur verschilt daarbij onder mannen en vrouwen. Grofweg komt het er op neer dat bijna driekwart van alle Nederlanders, dus ruim 12 miljoen mensen, een of andere vorm van sport beoefent.

De mogelijkheden zijn legio en daarmee ook de verschillen in (technische) faciliteiten. De aard en de kwaliteit van de faciliteiten worden bepaald door de aard van de sport en door de eisen die er aan gesteld worden door de diverse sportbonden.

Duurzaamheid.

Het energiegebruik op de velden van buitensportverenigingen ligt vaak op 50% van het totaalgebruik (incl. kantines, keukens en kleedkamers). Energiebesparing is daarom niet alleen belangrijk voor de eigen kas maar ook voor de duurzaamheid waardoor onze kinderen en kleinkinderen ook in de toekomst nog vrij zouden kunnen sporten en spelen.

Bij binnensporten (tennishallen, zwembaden, stadions etc.) is de energiebesparing en daarmee de verduurzaming wat complexer maar is met goede specialistische begeleiding goed te doen.

Door het vaak ontbreken van kennis, noodzakelijk om een goed plan te maken voor de verduurzaming van een sportvereniging of –park, staat de verduurzaming van de sportcomplexen in Nederland nog op een laag pitje. Daar waar de nodige technische en financiële expertise in verenigingsbesturen aanwezig zijn wordt hier aandacht aan besteed maar het merendeel van de verenigingen en gemeenten met beheer van sportparken tonen wel belangstelling maar het ontbreekt hun aan tijd, kennis en de financiële middelen om energiebesparing (kostenbesparing) en daarmee de duurzaamheiddoelstellingen van de gemeente (CO2 reductie) te realiseren.

Ontwikkelingen

De technische faciliteiten bij voetbalverenigingen worden voor het merendeel (70%) beheerd door de gemeenten. De andere 30% is geprivatiseerd of zijn er complexe vormen van eigenaarschap van de technische voorzieningen waarbij het eigendom zelfs op detailniveau verschillend is.

Bij andere buitensporten, te onderscheiden in veldsporten zoals bijv. tennis, hockey, korfbal, rugby, jeu de boules en overige sporten (wielerbaan, karten, crossbaan, auto- en motorsport enz.) zijn de technische faciliteiten ofwel in eigen beheer (geprivatiseerd) ofwel in een collectieve stichting ondergebracht.

Van de buitensportverenigingen met een eigen locatie is overigens de grond eigendom van de gemeente. Hiervoor wordt in sommige gemeenten een huur (pacht) voor berekend en bij sommige gemeenten wordt dit niet gedaan.

De locaties van binnensporten zijn vrijwel allemaal (een enkele uitzondering daargelaten) eigendom van de gemeente en betaalt de sportvereniging een huur voor de locatie en het energieverbruik.

Concluderend kan opgemerkt worden dat het eigenaarschap van de technische faciliteiten die nodig zijn om sport te beoefenen redelijk complex te noemen is.